vrijdag 31 augustus 2012

'Ik moet dood!'

De Bijbel zegt het!

"Ikzelf leef niet meer..."*, zegt één van de bijbelschrijvers. Een rare, geheimzinnige uitspraak! Paulus, de auteur, is nog blij met zijn dood ook. Waar gaat dit over?

Paulus schrijft in het Grieks. Het woord voor ik in die taal is ego. Wat is er precies mis met ons ego, ons ik?

Niets! Mensen zonder een stevig ik redden het niet in het leven. Goede ouders bevestigen hun kinderen voortdurend: 'Je bent oké', 'zorg goed voor jezelf', 'je bent het waard', 'je kunt het', 'laat je niet omver lopen'. Prima allemaal!

Het probleem is dat ons ik met ons zelf op de loop gaat. Ons ego krijgt er geen genoeg van om te zorgen voor zichzelf. Voortdurend maakt het zich druk of het wel genoeg heeft, of het wel voldoende aandacht krijgt, of anderen hem wel leuk vinden.

"Ons ik is als een timmerman die niet kan geloven dat hij zijn woonkamer voldoende tegen koude en tocht geïsoleerd heeft, zodat hij daarmee druk doorgaat totdat hij vanwege gebrek aan zuurstof dreigt te stikken", zo legt psychotherapeut en theoloog J.J. Suurmond het uit.** Ons ego kan ons leven volledig laten mislukken.

Vandaar dat Paulus blij is dat er met zijn ik is afgerekend. Ons ego is namelijk niet wie we ten diepste zijn!

De volledige uitspraak van Paulus luidt als volgt: "Ik leef niet meer, maar Christus leeft in mij." Paulus vond zijn ware zelf in de verbondenheid met God. Dat is waar Christus voor staat: je ego los laten en verbonden raken met God.



* zie het bijbelboek Galaten, hoofdstuk 2 vers 20
** J.J. Suurmond (2003), Kleine gids van het christelijk geloof, Een spirituele weg, Baarn.

vrijdag 17 augustus 2012

Doe niet dramatisch over 'kerkhoppen'

Een goed woord voor kerkverlaters

Veel christenen wisselen wel eens van kerk. Ze zijn teleurgesteld in de éne en gaan op zoek naar een andere. Is dat erg?

Ik vind dat we dat we er geen drama van moeten maken!

Mensen die op zoek gaan naar een andere kerk, doen dat niet voor de lol. Juist de hoppers zijn vaak bovengemiddeld betrokken op God en het geloof. De kerk is zo belangrijk voor hen, dat ze er ook echt wat mee willen.

Lid-zijn van een gemeente is geen automatisme voor hen. Het is een diepgaande persoonlijke keuze. Ze gaan niet omdat dat nu eenmaal van hen wordt verwacht. Zo'n houding is alleen maar te waarderen!

Verder: regelmatig gaat het veranderen van geloofsgemeenschap gepaard met geestelijke groei. Mensen stellen zichzelf wezenlijke vragen: wat betekent geloof voor mij? Wat betekenen mede-gelovigen voor mij? Hoe vind ik dat geloof vorm moet krijgen? Het zoeken naar antwoorden levert interessante processen op!

Bovendien is niet iedere kerk voor iedereen geschikt. Sommige gemeenschappen richten zich bijvoorbeeld op mensen die net christen zijn. Ook zijn er kerken die meer voor verdieping van geloof gaan.

Natuurlijk, het blijft pijnlijk als mensen een kerkelijke gemeenschap verlaten. Maar aan de andere kant: als leerlingen van Jezus blijven we toch altijd met elkaar verbonden?

Twijfelen aan je geloof. Hoe erg is dat?

'Zit ik wel bij het goede geloof? Klopt mijn kerk wel? Is wat ik van God zie of begrijp wel echt van God? Geloof ik niet in sprookjes?' Wat zeggen al die vragen eigenlijk over mijn geloof?'

Gelovige mensen kunnen van tijd tot tijd behoorlijk twijfelen. En dat kan op allerlei manieren, goede en minder goede. Ik noem er van elk één.

Er is een vorm van twijfel die voortkomt uit gemakzucht. Deze twijfel hoort bij mensen die geen zin hebben in  moeilijke vragen. Het is een wijze van twijfelen die hoort bij mensen die het leven, de wereld en zichzelf eigenlijk niet serieus nemen. Want: het leven, de mens en de wereld zijn vol van ingewikkelde vragen!

Vragen horen bij ons, zoals onze armen en benen bij ons horen. Dat we vragen kunnen stellen, maakt dat we meer dan dieren zijn. Als we geen oog hebben voor de geheimen van het leven, verwaarlozen we een deel van ons mens-zijn. Ik denk: het belangrijkste deel! Dat moet je niet willen.

Er is ook een vorm van twijfel die hoort bij een eerlijke zoektocht. Een zoektocht naar wat waar en niet waar is, wat goed en niet goed is, of er nu wel of niet een god is.

Dit soort twijfel is prachtig! Dit soort twijfel hoort bij het zoeken naar God. Hiertoe daagt God ons uit.* Dit soort twijfel hoort bij liefde. De liefde is altijd op zoek naar wat waar is, wat juist is, wie de ander/Ander is. Tegen dit soort twijfel heeft God niets. Als je op deze manier God zoekt, ben je al bezig Hem te vinden.



* zie bijvoorbeeld het bijbelboek Handelingen, hoofdstuk 17 vers 27

donderdag 9 augustus 2012

Meld je nu aan bij de Bond Tegen De Bond Tegen Het Vloeken

In Nederland hebben we overal een club, stichting of vereniging voor. Voor lange mensen, voor kleine mensen, voor vrienden van de cavia, voor liefhebbers van teenslippers... en ja, er is ook de Bond Tegen Het Vloeken. Zucht!

Deze organisatie (met een heus bestuur, directeur, persvoorlichter, statuten, jaarverslag, website, de hele mikmak) zet zich er voor in dat Nederlanders minder godslasterlijke taal bezigen. Zucht!

Natuurlijk... ik houd niet van lelijk taalgebruik. Het is niet goed dat we het begrip God (geen eens een eigennaam trouwens) te pas en te onpas gebruiken. Maar ik vind zo'n bond zo klein, zo benepen, zo 'wij worden gekwetst en zijn dus zielig.'

De Bond Tegen Het Vloeken sticht ook verwarring. Dat is waar ik echt moeite mee heb! Hij wekt de suggestie dat vloeken betekent dat je het begrip God of Jezus als krachtterm gebruikt. Maar dat is veel te oppervlakkig gedacht.

Vloeken betekent dat je God of de dingen die met God te maken hebben, verbindt met zaken die niets met God te maken hebben. Vloeken is God danken voor je ontbijtje, maar nooit iets geven aan mensen zonder voldoende eten. Vloeken is zeggen dat je christen bent, maar nooit je buren groeten. Vloeken is naar de kerk gaan, maar lak hebben aan het milieu.

De meeste mensen die 'God' of 'Jezus' zeggen als ze op hun duim slaan, hebben niet zoveel met God. Meestal hebben ze dus niet de bedoeling om Hem te beledigen. Daarom: om zo'n complete bond in stand houden is nogal overdreven.

Dit alles overwegende richt ik hierbij - volgens goed Nederlands gebruik, de BTDBTHV op: de Bond Tegen de Bond Tegen Het Vloeken. Wie wordt er lid?

'En God lummelde wat rond'

Het beeld dat we van God hebben, bepaalt hoe we naar onszelf kijken.

Zie je God als een streng persoon, dan ben je niet snel tevreden over jezelf. Is Hij voor jou een glimlachende vader, dan zit je al snel lekker in je vel.

Regelmatig betrap ik mezelf erop dat ik God zie als Iemand die vooral heel nuttig wil zijn, veel wil presteren, die veel voor anderen wil betekenen, die grote doelen heeft... iemand dus met een overvolle agenda. Iemand zoals ik. Iemand die het voor zijn eigenwaarde nodig heeft om iets 'te doen'.

Het is voor mij bijna onmogelijk om God voor te stellen als Iemand die (bij wijze van spreken) vaak ook een beetje rondlummelt. Iemand die volledig nutteloze, betekenisloze dingen doet. Boekje lezen, praatje maken, uit het raam staren, de hond aaien... ik noem maar wat.

Toch is 'niks doen' van levensbelang. Dokters en psychologen weten het: lichaam en ziel zijn gebaat bij afwisseling van inspanning en ontspanning. Godsdienstige goeroes weten het ook: een geest die voortdurend met van alles en nog wat bezig is, kan het Hogere maar moeilijk ervaren.

Niet voor niets vertelt de Bijbel al op de eerste bladzijde dat God niet alleen werkt, maar ook rust. Er staat zelfs dat Hij een wandeling maakte in de avondkoelte. Zie je het voor je? Grassprietje in zijn mond. Handen op rug.

Dus, als je nog vakantie hebt... relax!