zaterdag 24 oktober 2015

'Belabberd' is het nieuwe 'sober'

Wel eens in een asielzoekerscentrum geweest?

Dan weet je dat deze oorden geen luxe kennen. De voorzieningen zijn beperkt, eenvoudig. En: het is er bijna altijd vol en druk. Niemand woont er voor zijn plezier.

Je kunt asielzoekerscentra sober noemen. Van Dale omschrijft sober als matig, niet overdadig, eenvoudig. Soberheid is volgens de Bijbel een goddelijke deugd. Waar de heilige Geest is, heerst gematigdheid. Het heilige boek roept met name mensen in verantwoordelijke posities op tot een sobere leefstijl.

De overheid voorziet het woord sober momenteel van een nieuwe betekenis. Daarmee strooit ze ons doelbewust zand in de ogen.

Staatssecretaris Dijkhof schreef deze week een brief aan vluchtelingen in ons land. Daarin staat het volgende: “Nederland heeft nu te weinig opvangplaatsen voor asielzoekers in normale opvangcentra. U krijgt daarom nu sobere opvang. Dat zijn bijvoorbeeld sporthallen of tenten, waar veel mensen in dezelfde ruimte slapen.”

Huh? Waren de normale opvangcentra dan iets anders dan sober? Waren die iets anders dan matig, eenvoudig? Dijkhof wil toch niet beweren dat die centra overdadig waren?

Wel eens met honderd mannen, vrouwen en kinderen dagen en nachten in een sporthal gebivakkeerd? Zonder te weten hoe lang dat nog gaat duren? Ken je de geluiden, het gekreun, gehoest, gezucht? Ken je de geur? Dat heeft niets te maken met hoe Van Dale sober omschrijft. Dat heeft niks te maken met een goddelijke deugd.

Onze opvang voor nieuwe vluchtelingen is belabberd. Het is niet anders. En dat is niet los te zien van politieke keuzen. Met die keuzes kun je het eens zijn, of niet. Maar met een oneerlijke voorstelling van zaken kun je het nooit eens zijn. 

zondag 4 oktober 2015

Dierendag en de vergassing van miljoenen kuikens

Veertig miljoen haantjes worden gedood nog voordat ze 24 uur oud zijn. Ieder jaar opnieuw. Alleen al in Nederland.*

Hoe ver zijn we als beschaving gezonken? Hoe afgestompt is ons geweten? Hebben we nog een hart?

Als het om dieren gaat, lijden we aan massale bewustzijnsvernauwing. We zien deze wezens als een ding, een product... waarmee je winst kunt maken. Haantjes leggen geen eieren en leveren te weinig vlees. Ze hebben geen economisch nut. En dus: weg ermee!

Genesis 1 is hèt hoofdstuk uit de Bijbel dat Gods oorspronkelijke bedoelingen schetst. De Bijbel vertelt hier dat planten en vruchten er zijn om te eten. Dieren zijn niet bedoeld als voedsel. 

Is de situatie in Genesis 1 een utopia? Volgens de Bijbel niet. De oude profeet Hosea schrijft dat er een dag komt dat de harmonie tussen mens en dier hersteld is. Namens God zegt hij: "Op die dag sluit ik voor mijn kinderen een verbond met de dieren van het veld en met alles wat vliegt en kruipt."**

De evangelist Johannes schrijft dat God zijn Zoon naar de wereld zond om de wereld te redden.*** De oorspronkelijke Griekse taal gebruikt voor wereld het woord kosmos. Kosmos staat voor de totale schepping. Inclusief de dieren dus. 

Jezus bracht in onze wereld een Geest van liefde en recht. De vraag is: zijn we bereid ons door die heilige Geest te laten leiden? Het zou het einde zijn van de bio-industrie! God is de redder van mens en dier, zingt Psalm 36.



* Aldus de Wageningen University & Research Centre
** Hosea hoofdstuk 2 vers 20 (NBV)
*** Johannes hoofdstuk 3 vers 17