Wel eens in een asielzoekerscentrum geweest?
Dan weet je dat deze oorden geen luxe kennen. De
voorzieningen zijn beperkt, eenvoudig. En: het is er bijna altijd vol en druk. Niemand
woont er voor zijn plezier.
Je kunt asielzoekerscentra sober noemen. Van Dale omschrijft sober als matig, niet overdadig, eenvoudig. Soberheid is volgens de
Bijbel een goddelijke deugd. Waar de heilige Geest is, heerst gematigdheid. Het
heilige boek roept met name mensen in verantwoordelijke posities op tot een
sobere leefstijl.
De overheid voorziet het woord sober momenteel van een nieuwe betekenis. Daarmee strooit ze ons
doelbewust zand in de ogen.
Staatssecretaris Dijkhof schreef deze week een brief aan vluchtelingen in ons land. Daarin staat het volgende: “Nederland heeft nu te
weinig opvangplaatsen voor asielzoekers in normale opvangcentra. U krijgt
daarom nu sobere opvang. Dat zijn bijvoorbeeld sporthallen of tenten, waar veel
mensen in dezelfde ruimte slapen.”
Huh? Waren de normale opvangcentra dan iets anders dan sober? Waren die iets anders dan matig, eenvoudig? Dijkhof wil toch niet beweren dat die centra overdadig waren?
Wel eens met honderd mannen, vrouwen en kinderen dagen en
nachten in een sporthal gebivakkeerd? Zonder te weten hoe lang dat nog gaat
duren? Ken je de geluiden, het gekreun, gehoest, gezucht? Ken je de geur? Dat
heeft niets te maken met hoe Van Dale sober omschrijft. Dat heeft niks te maken met een goddelijke deugd.
Onze opvang voor nieuwe vluchtelingen is belabberd. Het is
niet anders. En dat is niet los te zien van politieke keuzen. Met die
keuzes kun je het eens zijn, of niet. Maar met een oneerlijke voorstelling van zaken
kun je het nooit eens zijn.